-
Belangrijk is een
tochtvrije en goed geventileerde ruimte. Niesziekte gedijt goed in een
vochtige omgeving, zorg daarom voor een zo droog mogelijk klimaat. Neem
de kat desnoods mee naar bed.
-
Eten. Een kat met
niesziekte ruikt niet of nauwelijks, de neus zit verstopt. Probeer daarom
het voedsel zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Blikvoer gaat sterker
ruiken als het wat warm gemaakt is; de kat zal dit eerder proberen dan
brokjes. Stukjes rosbief, boterhamworst, kaas, chips, blikje sardientjes
of tonijn, alles mag, als de kat maar 'aan de praat' blijft. Zet het eten
wat hoger, dan hoeft de kat niet ver door te buigen om te eten; dit vergemakkelijkt
het slikken. Geef bij niesziekte geen melk; dit versterkt de slijmproductie
in de keel. Wanneer de kat zelf echt niet meer wil eten en dit houdt langer
dan twee dagen aan, dan dwangvoeren, eventueel astronautenvoeding extra
toedienen om poes in conditie te houden. Vooral dikke katten kunnen door
te lange hongerstaking een aandoening ontwikkelen aan de lever met alle
gevolgen van dien.
-
Drinken. Heel belangrijk.
Een kat, vooral een jonkie, droogt snel uit. Dit is te controleren door
het velletje van de kat tussen duim en wijsvinger even 'op te lichten'.
Bij een gezonde kat, is bijna niet te zien hoe snel de huid terug op z'n
plaats valt. Bij een kat die uitgedroogd dreigt te raken blijft het velletje
zichtbaar even staan. Spoed is dan geboden. Het dier heeft dringend vocht
nodig.
-
Vachtverzorging. Een
zieke kat poetst zichzelf niet meer en zal zich hier heel ongelukkig bij
voelen. Hier kan de baas ook een handje helpen door de kat regelmatig
te borstelen of te kammen en de oogjes schoon te maken met een vochtig
watje als dit nodig is. Probeer de kat aan het spinnen te krijgen, dit
vergemakkelijkt de ademhaling. Gezonde stress, zoals spelen e.d., kan
genezend werken.