VAKANTIE 2006
Maandag morgen sta ik om 6 uur bij de bench, daar lig je klein, moe gestreden.
Ik pak je zachtjes op en leg je in een fleece dekentje. Een klein dekentje, meer is niet nodig. Je bent maar 7 of 8 weken oud, je lijkt veel jonger. Je oogjes doe je nog open, het lijkt of je mij aankijkt en met je ogen vertelt dat het echt niet meer gaat. Je bent te moe, te ziek. We hadden wel samen afgesproken dat je zou vechten. Dat deed je ook. Al bijna een week lang. Ik kroel met je. Ik aai je en hou je warm in mijn armen. Ik denk te horen dat je zachtjes knorrelt. Ik hoop dat je rustig kan inslapen. De hond komt regelmatig aan je snuffelen en voelt aan dat het helemaal niet goed gaat met je. De tijd tikt voorbij. Om 8 uur stopt je hartje met kloppen. Ik blijf je nog kroelen, want je bent een kleine kanjer. Wat is het moeilijk om afscheid te nemen van jou. Ik had je zo graag beter zien worden en groeien. We hadden je al een naam gegeven Droppie.Droppie was niet je naam gebleven. Droppie verbleef namelijk in een pleeggezin en alle pleegmoeders, vaders en kinderen willen graag dat een pleegkitten een verdiend goed thuis krijgt. De nieuwe baas of bazin geven natuurlijk een naam aan hun nieuwe huisgenoot.
Alleen Droppie blijft Droppie.
Sommige nieuwe baasjes vragen mij wel eens: "Is het niet moeilijk om het pleegkitten af te geven?". Natuurlijk, maar ze hebben recht op een fijn leven. Dit vind ik veel moeilijker, voor Droppie geen toekomst.Droppie vechtte voor zijn leven. Droppie kreeg alle medische hulp en zorg.
De medewerkers van het dierenasiel stonden met raad en daad in alles bij. Er was overleg met elkaar en met de dierenarts. Welk tijdstip van de dag en welke dag dan ook, deze mensen zijn goud waard. Zelfs vanuit andere pleeggezinnen werd geïnformeerd en tips gegeven. Helaas, we hebben ondanks alle zorg Droppie niet beter gekregen.
Een vrijwilliger